Olympia's Tour: Voorbeschouwing etappe 2

Woensdag trekt de karavaan van Olympia’s Tour naar Assen. In de Drentse hoofdstad ligt de start en finish van de tweede etappe voor het Dr. Nassau College. 

Parcours 
In en rond Assen is een gevarieerd parcours uitgezet. Vanuit de Drentse hoofdstad gaat het eerst in noordelijke richting naar Norg, bekend van de Slag om Norg. Daarna gaat het via Donderen en Tynaarlo naar Anderen, waar de renners linksaf gaan en koers zetten in de richting van Gieten. Daar ligt ook de eerste bergsprint van deze Olympia’s Tour, op een van de uitlopers van de Hondsrug. Na Gieten gaat het in zuidelijke richting naar Valthe en Odoornerveen, waarna het parcours weer in noordelijke richting trekt. In dat deel van de koers moet het peloton ook twee kasseistroken overleven van in totaal 5,5 kilometer, die terug te vinden zijn tussen Buinen en Exloo en nabij Papenvoort. Via Borger en Grolloo komen de renners vervolgens weer onder de rook van Assen. 

Favorieten 

Ondanks het bergsprintje nabij Gieten en de twee kasseistroken, leent deze rit zich uitstekend voor sprinters. De wind staat in de finale gunstig om het op de kant te gooien, maar de vraag is of het daar hard genoeg voor waait. Bovendien zit er een lang stuk in waar de wind pal tegen staat. 

De 20-jarige Noor Kristoffer Halvorsen is zich in rap tempo aan het ontwikkelen als de opvolger van Alexander Kristoff en Thor Hushovd. Een boude uitspraak misschien, maar Halvorsen heeft de capaciteiten om uit te groeien tot een uitstekende sprinter en kan bovendien prima uit de voeten in de noordelijke klassiekers. Hij werd dit seizoen tweede in Nokere Koerse, derde op het Noors kampioenschap voor elite (achter Edvald Boasson Hagen en Kristoff), won een massasprint in de Tour de l’Avenir én boekte in de Grand Prix d'Isbergues-Pas de Calais (1.1) onlangs zijn eerste profzege. 

Met Wouter Wippert, Danny van Poppel en Dylan Groenewegen heeft Nederland niets te klagen wat betreft jong sprinttalent. Bij de beloften is er dan ook nog eens Fabio Jakobsen. De Nederlands kampioen in die categorie beschikt over een vlijmscherpe sprint. Dat liet hij onder andere zien in de tweede rit van de ZLM Roompot Tour (Nation’s Cup U23), waar hij de mondiale top bij de beloften al eens vloerde. De 20-jarige renner van SEG Racing Academy bewees bovendien met de winst in de Slag om Norg (1.2) dat hij meer kan dan massasprints winnen. In dit deelnemersveld kan hij een volgende stap zetten in zijn ontwikkeling en juist daarvoor is OT bedoeld. 

De beste sprinters bij de beloftes krijgen in Olympia’s Tour concurrentie van eerstejaars prof Michael Carbel Svendgaard. De Drentse wegen zijn voor de 21-jarige Deen geen onbekend terrein. Vorig seizoen deed hij namelijk mee aan de Ronde van Drenthe en Dwars door Drenthe de dag erna. Tijdens de laatste koers sprintte hij naar een derde plek in Roden, achter Manuel Belletti en Barry Markus. Tijdens de voorbije Tour de l’Avenir sprintte hij twee keer bij de beste vier in de pelotonsspurt. Een garantie op succes is dat natuurlijk niet, maar gezien zijn profervaring moet Carbel Svendgaard hier op de voorposten actief zijn. 

Spaanse sprinters zijn tegenwoordig zeldzaam, al zijn zij de voorbije decennia met Óscar Freire natuurlijk verwend. Bij de beloften rijdt er eentje rond die volgend seizoen zijn debuut als prof maakt bij Bahrain Merida. Iván García heeft zich bij Klein Constantia in korte tijd opgewerkt tot een sprinter waar renners serieus rekening mee moeten houden. Dat was ook Patrick Lefevere niet ontgaan, want García is op dit moment stagiair bij Etixx-Quick-Step. Voor een sprinter wint hij nog niet zo veel, maar wellicht brengt deze Olympia’s Tour daar verandering in. De 20-jarige Spanjaard kan hier bovendien vertrouwen tanken voor het WK in Qatar. 

Naast Jakobsen heeft Nederland nog een groot sprinttalent. Dat is namelijk eerstejaars belofte Bram Welten. Dat juist hij over zulke goede sprinterscapaciteiten beschikt is niet toevallig. Welten is namelijk het neefje van voormalig topspurter Jean-Paul van Poppel en dus ook van diens zoons Boy en Danny. Op 1 april liet de 19-jarige renner van BMC Development van zich horen. In de pittige Le Triptyque des Monts et Châteaux (2.2) vloerde hij in de openingsrit het gehele aanwezige sprintersgilde. De oudere beloften die deelnemen aan deze koers zijn gewaarschuwd voor de winnaar van Parijs-Roubaix U19 in 2015. 

Er zijn meer goede sprinters aanwezig in deze sterk bezette Olympia’s Tour. Bij Klein Constantia kunnen ze naast García ook rekenen op Jonas Bokeloh. De 20-jarige Duitser sprintte in 2014 nog naar de wereldtitel bij de junioren, maar kon in zijn eerste twee jaar bij de beloften nog niet overtuigen. Misschien is Olympia’s Tour wel het keerpunt in zijn carrière. Ook SEG Racing Academy kan een tweede pion uitspelen in de massasprint. Tim Ariesen heeft namelijk eveneens een krachtige acceleratie in de benen. Onze 22-jarige landgenoot is nog altijd op zoek naar zijn eerste overwinning in een UCI-koers, maar daar hoefde Roompot-Oranje Peloton niet op te wachten. Volgend seizoen maakt Ariesen daar zijn profdebuut. 

Nog meer Nederlands geweld dat zich moet kunnen smijten in een massasprint. Rabobank rekent namelijk op de snelle benen van Cees Bol, die het samen met Peter Lenderink de andere sprinters lastig kan maken. Bij Lotto Soudal U23 gokken ze op sprintzeges van Edward Planckaert (volgend seizoen prof bij Topsport Vlaanderen-Baloise) en Enzo Wouters, die dichtbij een contract met de WorldTour-tak van zijn ploeg staat. Bij de nationale selectie van Groot-Brittannië hopen ze dan weer dat Cristopher Latham kan uithalen en de champagne ’s avonds ontkurkt. Hij was de voorbije maanden vooral in Belgische eendagskoersen goed bezig. De dark horse in Assen is Jan-Willem van Schip, die dit seizoen meerdere keren kort eindigde op vlakke aankomsten. 

Favorieten
*** Kristoffer Halvorsen 

** Fabio Jakobsen, Michael Carbel Svengaard 

* Iván García, Bram Welten en Edward Planckaert

Weer
Met 21 graden Celsius is het woensdag in Nederland nog altijd erg aangenaam voor deze tijd van het jaar. Er staat windkracht vier vanuit het westen, wat in de finale waaiers in de kaart kan spelen. De vraag is wel of windkracht vier genoeg is om het peloton te doen breken. Bovendien staat er tegenwind van Borger tot aan Ekehaar. Er is vijftien procent kans op neerslag.