De voorbeschouwing op Olympia’s Tour 2016

De oudste wielerronde van Nederland heeft een nieuwe toekomst. Olympia’s Tour gaat vanaf dit jaar als internationale beloftenwedstrijd door het leven. Voor veel landen en beloftenteams is de zesdaagse rittenkoers door Nederland een belangrijk ijkpunt in het wielerseizoen. De zesdaagse rittenkoers door Nederland is de laatste beproeving voor het wereldkampioenschap in Qatar, waardoor een resem aan toppers uit het beloftencircuit aan de start verschijnt. Een voorbeschouwing met dank aan wielerflits.nl

Favorieten voor de eindzege

**** Mads Pedersen
*** Nielson Powless, Rémi Cavagna
** Lennard Hofstede, Nathan Van Hooydonck, Michael Storer
* Amund Grøndahl Jansen, Jai Hindley, Pavel Sivakov, Hartthijs de Vries

Historie
Olympia’s Tour kent een rijke historie. Meer dan honderd jaar geleden – in 1909 om precies te zijn – organiseerde wielervereniging A.S.C. Olympia uit Amsterdam de eerste editie. Nederlands kampioen Chris Kalkman wist in dat jaar de zege voor zich op te eisen. Dat deed hij in een ronde die drie etappes kende, met tussendoor een rustdag. In 1910 volgde een tweede editie, waarna de Eerste Wereldoorlog verdere doorgang van Olympia’s Tour dwarsboomde. In die tijd was het namelijk verboden om wielerwedstrijden op openbare wegen te organiseren.

Na een derde versie van Olympia’s Tour in 1927 (met de Duitser Rudolf Wolke als winnaar, voor Janus Braspennincx) werd OT pas na de vierde editie in 1955 een begrip. Sindsdien wonnen onder meer Henk Nijdam, Cees Priem, Fedor den Hartog, Servais Knaven, Danny Nelissen, Thomas Dekker, Lars Boom, Taylor Phinney, Dylan van Baarle en vorig jaar Jetse Bol deze Nederlandse wedstrijd. Hij is met drie eindoverwinningen recordhouder.

Dit jaar is Olympia’s Tour toe aan haar 64ste editie. Na de eeuwwisseling was de wedstrijd vooral een speeltuin voor de talenten van Rabobank. Liefst elf keer won een renner uit de opleidingsploeg van de boerenleenbank. Aan die hegemonie zou de ploeg dit jaar nog één naam kunnen toevoegen, want na 2016 houdt het team op te bestaan. Van de laatste tien eindwinnaars werd alleen Thomas Berkhout geen prof. Mede daarom is Olympia’s Tour een bakermat voor jong talent om aan te tonen dat zij klaar zijn voor het profbestaan. Zeker nu dit jaar een peloton vol mondiale toptalenten aan de start verschijnt.

Laatste tien winnaars
2006: Tom Veelers
2007: Thomas Berkhout
2008: Lars Boom
2009: Jetse Bol
2010: Taylor Phinney
2011: Jetse Bol
2012: Dylan van Baarle
2013: Dylan van Baarle
2014: Berden de Vries
2015: Jetse Bol

Laatste tien winnaars
2006: Tom Veelers
2007: Thomas Berkhout
2008: Lars Boom
2009: Jetse Bol
2010: Taylor Phinney
2011: Jetse Bol
2012: Dylan van Baarle
2013: Dylan van Baarle
2014: Berden de Vries
2015: Jetse Bol

Parcours
Voor de editie van 2016 heeft koersdirecteur Thijs Rondhuis een uitgebalanceerd routeschema gepresenteerd. Een ploegentijdrit, een individuele race tegen de klok, een aantal sprintetappes en de koninginnenrit op de laatste dag door Zuid-Limburg, zorgen ervoor dat de eindwinnaar een complete renner moet zijn. Daarnaast staat er in Nederland natuurlijk altijd wind, wat normaal gesproken in deze tijd van het jaar zijn invloed heeft en de koers extra aantrekkelijk maakt.,

Dinsdag 27 september – Etappe 1: Ploegentijdrit Hardenberg (18,9 km)
Olympia’s Tour trapt in 2016 af met een ploegentijdrit in en rond Hardenberg. In de Overijsselse plaats schiet de organisatie om 18.00 uur de eerste van 23 ploegen op gang. De teams werken rondom Hardenberg een ploegenchrono af van 20,3 kilometer over vlakke wegen.

Woensdag 28 september – Etappe 2: Assen – Assen ( 141,3 km)
De tweede rit herbergt een grote ronde door de provincie Drenthe. In hoofdstad Assen start en finisht het peloton voor het Dr. Nassau College. Vanuit het vertrek gaat het in een grote lus door het noorden en oosten van Drenthe, waarbij men plaatsen als Norg, Gieten en Schoonoord passeert. De organisatie heeft nabij Gieten de eerste bergsprint neergelegd en de rit krijgen de renners ook aantal kasseistroken te verwerken.

Donderdag 29 september – Etappe 3a: ’s-Heerenberg – Hoch-Elten (15,3 km, individuele tijdrit)
Om 09.30 uur op donderdagmorgen rolt in ’s Heerenberg (Gelderland) de eerste renner van het startpodium voor een individuele tijdrit over 15,1 kilometer. Na de start gaat het richting Beek, waar het keerpunt ligt. De renners rijden vervolgens niet terug naar de startplaats, maar naar de finish in Hoch-Elten. Onderweg kan het verschil gemaakt worden op twee heuvels, net als op de laatste paar honderden meters, die eveneens omhoog lopen. Donderdag 29 september – Etappe 3b: Ulft – Gendringen (120,1 km)
De rit tussen Ulft en Gendringen is een standaardetappe in Olympia’s Tour. Al meerdere jaren werd deze etappe verreden, al was het niet altijd over dezelfde route. In 2014 legde Berden de Vries in deze rit de basis voor zijn eindoverwinning. Dat komt door de vele openvlaktes. De wind heeft daardoor vrij spel, waardoor alleen de beste renners kunnen overleven.Vrijdag 30 september – Etappe 4: Zuthpen – Zuthpen (141 km)
Op de vrijdag staat er een rit van en naar Zuthpen op het programma, met in de finale twee vlakke omlopen in de Hanzestad. In het eerste deel van de etappe gaat het grotendeels door het Nationaal Park Hoge Veluwe. Daar zijn opnieuw twee bergsprints neergelegd. De eerste volgt nabij Velp, terwijl de tweede de renners over de Posbank voert. Met een vlakke aankomst lijkt deze rit net als die in Assen en Gendringen voor de sprinters.

Zaterdag 1 oktober – Etappe 5: Reuver – Reuver (145,4 km)
In het slotweekend begint het peloton op de zaterdag met een rit van en naar Reuver in Noord-Limburg. Ook deze rit is een bekende in Olympia’s Tour en werd de laatste jaren meestal gewonnen door Wim Stroetinga. Sprinters zijn dus waarschijnlijk aan het woord, omdat de heuvels in het noorden van Limburg te ver van de finish liggen. Net als vorig jaar maakt de organisatie een uitstapje naar Brüggen in Duitsland, waar twee grote ronden op de renners liggen te wachten.

Zondag 2 oktober – Etappe 6: Margraten – Noorbeek (175,4 km)
De slotrit met start- en finish in Margraten is dermate uitdagend en lang, dat de favorieten het klassement hier nog eens flink door elkaar kunnen schudden. Het Mheerelindje is de scherprechter in deze rit, die de renners vijf keer moeten overleven. Op dit klimmetje – vijfhonderd meter aan een gemiddelde stijging van 8,3% met een piek op 15,1% - is na dik 175 kilometer ook de streep getrokken.

Favorieten
Een reeks gerenommeerde opleidingsploegen en een groot aantal nationale selecties vormen het startveld van Olympia’s Tour. Veel van deze teams gebruiken Olympia’s Tour als voorbereiding op het WK in Qatar, dat anderhalve week later plaatsvindt. Er staan niet heel veel buitenlanders op het palmares van Olympia’s Tour, maar de kans lijkt groot dat er dit jaar geen Nederlander met de zege aan de haal gaat.

Er staan dinsdag tien renners aan de start die in 2017 hun profdebuut maken. Twee van de starters waren dit seizoen al prof en toevallig huizen zij allebei in de nationale selectie van Denemarken. Mads Pedersen is een van de twee renners. Dit supertalent – volgend jaar in dienst van Trek-Segafredo – komt het best tot zijn recht in de noordelijke klassiekers. Eerder dit jaar won hij Gent-Wevelgem U23 (Nation’s Cup) en maakte hij indruk in de Driedaagse De Panne-Koksijde. De 20-jarige coureur van Stölting Service Group boekte in de Tour of Norway bovendien al een profzege. Zijn land- en ploeggenoot Michael Carbel Svendgaard is de andere prof op de startlijst. Hij is een sprinter die heuveltjes makkelijk verteerd.

De Amerikanen komen met een uitgebalanceerde selectie naar Hardenberg. Hun kopman is Neilson Powless, een talentvol ronderenner. De 20-jarige renner van Axeon Hagens Berman kan goed klimmen en beschikt bovendien over een sterke tijdrit. Dat liet hij onlangs nog zien in de Ronde van de Toekomst, waar hij de slotrit in de Alpen won en achter zijn landgenoot Adrien Costa tweede werd in de individuele tijdrit. Op voorhand lijkt Powless de grote uitdager voor Pedersen, maar koersen in het vlakke en open Nederland is anders dan in het hooggebergte. Bij Amerika starten verder Logan Owen (winnaar Luik-Bastenaken-Luik U23) en Greggory Daniel, de Amerikaans kampioen op de weg bij de elite. Net als Pedersen rijdt Daniel volgend seizoen bij Trek-Segafredo.

Naast nationale selecties, staan er ook opleidingsploegen en merkenteams op de deelnemerslijst. Klein Constancia (opleidingsploeg Etixx-Quick-Step) is er daar een van. Zij brengen Rémi Cavagna aan het vertrek, volgend seizoen prof bij de WorldTour-tak van Patrick Lefevere. De 21-jarige Fransman is een echte rouleur, die met zijn grote motor over een uitstekende tijdrit beschikt. Met zijn ploeg is hij een van de favorieten voor de ploegentijdrit in Hardenberg, waarna hij in de individuele tijdrit door Montferland nogmaals kan toeslaan. Vervolgens hoeft hij in de slotetappe alleen maar te volgen. Bij de ploeg van Cavagna hebben ze nog een aantal pareltjes rondrijden. Denk dan aan Jérémy Lecrocq, Przemysław Kasperkiewicz en sprinters Jonas Bokeloh en Iván García. Die laatste maakt volgend seizoen zijn profdebuut bij Bahrain Merida.


Lennard Hofstede

Olympia’s Tour was na de eeuwwisseling een onderonsje tussen de grootste talenten van Rabobank. Dit jaar kan dat opnieuw. Giant-Alpecin-aanwinst Lennard Hofstede heeft de potentie om uit te groeien tot een specialist in de heuvelklassiekers. Tijdens de door Owen gewonnen Luik-Bastenaken-Luik U23 was de Zuid-Hollander namelijk de beste man in koers. Met zijn 22 jaar is hij bovendien een van de oudere jongens bij zijn ploeg. Hofstede moet zijn slag slaan in de laatste etappe. Datzelfde geldt voor Hartthijs de Vries, al heeft hij ook een goede tijdrit in de benen. De Vries liet in de Topcompetitie zien aanleg te hebben voor verschillende type koersen in Nederland en mag zich nu op internationaal niveau bewijzen. Met Cees Bol, Peter Lenderink, Jan Maas en vooral Martijn Budding stuurt ploegleider Grischa Niermann een sterke ploeg naar Hardenberg.

Bij de Belgische selectie ontbreken een aantal verwachte namen, maar dat komt omdat zij – op Bjorg Lambrecht en Steff Cras na – aan Olympia’s Tour deelnemen namens hun opleidingsploeg. Zo ook Nathan Van Hooydonck, het neefje van Ronde van Vlaanderen-winnaar Edwig. De jongste Van Hooydonck heeft veel kwaliteiten. Geen wonder ook dat hij daarom vanaf juli 2017 overstapt naar de profploeg van BMC. De 20-jarige Belg van BMC Development eet als ontbijt graag kasseien, kan heuveltjes zoals het Mheerelindje goed aan, heeft een sterk eindschot én ook nog eens een goede tijdrit in de benen. Dat toonde hij vorig jaar al in Olympia’s Tour: toen werd hij na Bol en Bob Schoonbroodt derde. Ook bij deze opleidingsploeg bulkt het van het talent: denk maar eens aan onze landgenoten Bram Welten en Pascal Eenkhoorn. Maar bijvoorbeeld ook de Zwitser Lukas Spengler en Pavel Sivakov. De Rus komt in zwaardere wedstrijden bovendrijven, mede door een goede tijdrit en klimmersbenen. Zo werd hij onlangs nog elfde in het eindklassement van de Tour de l’Avenir.


Nathan van Hooydonck

Australië staat al jarenlang bekend om het grootbrengen van goede wielrenners. Denk aan mannen als Cadel Evans, Simon Gerrans, Richie Porte en recentelijker Michael Matthews en Caleb Ewan. Met Michael Storer staat de volgende belofte klaar om de stap naar de profs te maken. De 19-jarige Storer maakte vooral na juli van dit jaar indruk. In Italië schreef hij met groots machtsvertoon de Gran Premio Sportivi di Poggiana- Trofeo Bonin Costruzioni- Gran Premio Pasta Zara (1.2U) op zijn naam, een hele mond vol. In de Tour de l’Avenir bleek hij ook in het hooggebergte prima mee te kunnen; hij eindigde als zevende in het eindklassement. Bovendien heeft Storer een goede tijdrit in de benen. Met Jai Hindley – vijfde in de Tour de l’Avenir – heeft Australië nog een gevaarlijke klant voor Olympia’s Tour in haar gelederen.

Net als de andere landen neemt ook Noorwegen de beste renners mee naar de oudste rittenkoers van Nederland. Hun grote man luistert naar de naam Amund Grøndahl Jansen, die nog geen profcontract heeft ondertekend. De 22-jarige Noor won dit seizoen de ZLM Roompot Tour (Nation’s Cup U23) in Zeeland, de Tour de Gironde, werd Noors kampioen bij de beloften en won op overtuigende wijze de tweede rit in de Ronde van de Toekomst. Een hardrijder pur sang, die als junior in Valkenburg het WK 2012 betwistte. Een man om serieus rekening mee te houden. Naast Grøndahl Jansen beschikt de Noorse bondscoach met Ole Forfang, Tobias Foss, Anders Skaarseth en vooral sprinttalent Kristoffer Halvorsen over een stel fantastische talenten.


Amund Grøndahl Jansen

SEG Racing Academy heeft met Nick Schultz ook een goede kandidaat in haar rangen, waar ook Jenthe Biermans mee moet kunnen in de rit door Zuid-Limburg. Datzelfde geldt voor de Zweed Marcus Fåglum, de Zwitser Gian Friesecke, de Brit Gabriel Cullaigh en de grotere talenten bij de Nederlandse Continental-teams. Zo moeten Adriaan Janssen (Jo Piels) en Jan-Willem van Schip (Baby-Dump/Join-S|De Rijke presented by Wallaard Noordeloos B.V.) ook meekunnen in dit geweld. En wellicht is die rol ook weggelegd voor clubrenners als Rob van Broekhoven en Koen van de Klundert, beiden actief voor Willebrord Wil Vooruit.